Het is nog komkommertijd in midden-Nederland maar er kwam een arrest langs waar ik toch wat over wil schrijven. Het gaat om iemand die inzageverzoeken deed op basis van de AVG en waarvan de rechter oordeelt dat er sprake is van ‘misbruik van recht’.
De verzoeker richtte de pijlen in twee afzonderlijke zaken op de bedrijven achter ‘kerstland.nl’ en ‘tandenbleken-thuis.nl’. Een belangrijk aspect is dat de verzoeker gelabeled moet worden als een ‘notoire inzakgeverzoeker’; hij heeft in anderhalf jaar tijd bij 90 bedrijven inzageverzoeken gedaan en is vervolgens een procedure gestart tegen een aantal bedrijven waarbij de uitkomst van de verzoeken hem niet beviel. – het exacte aantal aanhangige zaken wordt door de rechtbank niet gegeven.
De strategie van verzoeker in de bij de rechtbank bekende zaken was gericht op een financiële compensatie. Dat ging ongeveer zo; hij deed een online aankoop en daarna een beroep op het inzagerecht. Ongeacht de reactie van het bedrijf volgde enige tijd later een claim met de mogelijkheid tot een ‘afkoopregeling’.
De strategie was gericht op de inschatting dat verkopers risicomijdend zijn in dit soort trajecten en liever een bedrag betalen dan te gaan procederen. Gezien het aantal bedrijven waarbij door verzoeker een inzageverzoek is gedaan, is het mijn vermoeden dat dit lucratief (genoeg) was. Ik kan mij in ieder geval moeilijk voorstellen dat de beste man de zaken aanhangig had gemaakt als de strategie niets opleverde.
Van de twee zaken is de zaak tegen kerstland.nl inhoudelijk gemotiveerd. De zaak inzake tandenbleken-thuis.nl verwijst voor een deel van de inhoudelijke argumentatie naar de kerstland.nl zaak. Dus als je de motivering wilt nalezen moet je kijken bij ECLI:NL:RBNHO:2026:8285.
Wat heeft de rechtbank te zeggen over misbruik van recht?
De rechtbank Noord-Holland heeft in deze beschikking geoordeeld dat een AVG-inzageverzoek onder omstandigheden kan stranden op misbruik van recht. Nu heeft de European Data Protection Board (EDPB) in haar ‘richtlijnen over de rechten van betrokkenen (01/2022 – maart 2023) uiteengezet wanneer een bedrijf een verzoek kan weigeren op grond van het ongegronde of buitensporige karakter van het verzoek (artikel 12 lid 5 AVG). De rechtbank verwijst naar deze richtlijnen en betrekt ook het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2026, waarin is benadrukt dat het begrip “buitensporig” restrictief moet worden uitgelegd, maar dat misbruik kan worden aangenomen wanneer objectieve omstandigheden én een subjectief element wijzen op het kunstmatig creëren van voorwaarden om een voordeel, zoals schadevergoeding, te verkrijgen.
De rechtbank maakt in haar beschikking een koppeling tussen de vraag wanneer sprake is van een ‘buitensporig verzoek’ en gebruikt de piketpaaltjes van de EDPB om een koppeling te maken naar ‘misbruik van recht’ zoals geformuleerd in artikel 3:13 BW. Bij mijn weten is dit pas de tweede keer dat die koppeling tussen artikel 12 AVG en 3:13 BW expliciet wordt gemaakt. Wat ook aangeeft dat dit type zaken buiten het publiekrecht redelijk zeldzaam is.
Korte samenvatting van de zaak
In deze zaak was volgens de rechtbank voldoende gebleken dat het verzoek niet werkelijk was gericht op controle van de verwerking van persoonsgegevens, maar op het verkrijgen van een financiële vergoeding. De verzoeker had bij het bedrijf achter kerstalnd.nl een inzageverzoek ingediend op grond van artikel 15 AVG. Nadat discussie was ontstaan over de vraag of eerder al een verzoek was ontvangen, heeft Tuinmeubelwereld alsnog inhoudelijk gereageerd en gegevens verstrekt. De verzoeker heeft daar volgens de rechtbank vervolgens niet inhoudelijk op gereageerd: hij gaf niet concreet aan welke gegevens nog ontbraken of waarom de verstrekte informatie ontoereikend zou zijn. In plaats daarvan bleef de nadruk liggen op financiële aanspraken, schikkingsvoorstellen, dreiging met dagvaarding, dwangsommen, buitengerechtelijke kosten en schadevergoeding.
De rechtbank betrekt daarbij niet alleen de communicatie in deze concrete zaak, maar ook het bredere patroon dat zij ziet in andere vergelijkbare procedures van dezelfde verzoeker. Van belang is dat de verzoeker volgens de rechtbank in anderhalf jaar ongeveer negentig AVG-inzageverzoeken had gedaan en dat verschillende procedures een vergelijkbare opbouw en processtrategie vertoonden. Ook werden in meerdere zaken nagenoeg identieke stukken gebruikt en werd kort voor de zitting het verzoek verminderd, nadat wederpartijen een beroep hadden gedaan op misbruik van recht en soms hadden verzocht om vergoeding van de werkelijke proceskosten. De rechtbank ziet daarin een aanwijzing dat de procedure niet primair was gericht op daadwerkelijke inzage, maar op het creëren van druk om betaling af te dwingen.
De rechtbank acht vooral het procedeergedrag doorslaggevend. De verzoeker dreigde al vroeg met kosten en schadevergoeding, nog voordat Tuinmeubelwereld inhoudelijk had kunnen reageren. Nadat Tuinmeubelwereld wel reageerde, bleef een inhoudelijke discussie over het inzageverzoek uit. De communicatie bleef gericht op financiële afwikkeling. Ook het gebruik van een tuchtklacht tegen de advocaat van Tuinmeubelwereld als mogelijke component van een minnelijke regeling wordt door de rechtbank gezien als een aanwijzing dat drukmiddelen werden ingezet om betaling te verkrijgen. Verder acht de rechtbank relevant dat onduidelijkheid bestond over de gestelde gemachtigden van verzoeker en dat hij, ondanks herhaalde verzoeken en twijfel aan hun bestaan, niet voldoende duidelijkheid heeft gegeven over hun identiteit of betrokkenheid.
De slotsom is dat de rechtbank voldoende zwaarwichtige gronden aanwezig acht om misbruik van recht aan te nemen. Zoals gezegd ligt de uitspraak inzake tandenbleken-thuis.nl goeddeels mee op deze overwegingen.
Conclusie
De praktische les is dat een beroep op misbruik van recht bij AVG-verzoeken mogelijk is, maar alleen bij een stevig feitencomplex, waaruit duidelijk blijkt dat het de verzoeker om een financiële vergoeding te doen is. Dit was geen ‘normale’ verzoeker en het feitencomplex was door die stapeling van procedures bij de rechtbank verre van gebruikelijk. De drempel voor een afwijzing van een AVG verzoek op grond van 3:13 BW is en blijft hoog en de facto in lijn met de eerdere EDBP adviezen.
Zorgwekkend is de potentiële maatschappelijke impact van het gedrag van verzoeker, de mogelijkheid dat de gebruikte strategie tot ‘stille’ betalingen leidt en de belasting van de rechterlijke macht. Ik ben daarom benieuwd of er bedrijven zijn die daadwerkelijk betalen of betaald hebben bij dergelijke vorderingen?
